header-rotator       Studiegroep Voorafstempelingen

De klassieke Nederlandse voorafstempelingen                                                              Hennie Van Dijck

 

Inleiding

Sinds 1992 wordt door onze vereniging het Vademecum voor de verzamelaar van Nederlandse Voorafstempelingen uitgegeven. Met jaarlijkse aanvullingen is dit inmiddels een lijvige bloemlezing geworden van de klassieke Nederlandse voorafstempelingen. En hij is nog lang niet af.

Naast het Vademecum is er nu een kleiner overzichtelijker publicatie in ontwikkeling. Daarin staan de kenmerken en waarderingen van de ons bekende klassieke Nederlandse voorafstempelingen. Sinds 2010 wordt deze geleidelijk aan gepubliceerd in het verenigingsblad.

In 1969 heeft Frans Blom al eens een lijst gepubliceerd van de hem bekende plaatsen met voorafstempeling en hun kenmerken. Die lijst is intussen sterk verouderd. Een nieuw bondig houvast voor de verzamelaar is dus wel op zijn plaats.

Hoezo heeft Nederland voorafstempelingen?

De meeste leden van onze vereniging verzamelen préo's en/of precancels. Voor hen is voorafstempeling vaak een abstract begrip. In de verenigingsbladen nr. 40 en 41 uit 2006 wordt door Mike Molle en Mon Römer gefilosofeerd over wat precancels en voorafstempelingen zijn. Mike vertaalt uit de Hoover catalogus van 1932 de definitie:

A precancel is a stamp that has been cancelled by postal authorities or by others under their supervision and authority BEFORE being sold and AFFIXED on mail matter.

Mike vertaalt letterlijk:

Een precancel is een postzegel die afgestempeld is door autoriteiten van de posterijen of door anderen, maar onder toezicht en autorisatie van genoemde autoriteiten VOORDAT deze postzegels zijn verkocht en aan poststukken zijn bevestigd.

Mon poetst er nog wat aan:

Een voorafstempeling is een postzegel die afgestempeld is door de Posterijen of door anderen, maar onder toezicht en met toelating van genoemde autoriteiten, VOORDAT deze postzegel verkocht is en op een poststuk is geplakt.

Mon kijkt in zijn artikel in hoeverre 'voorafstempeling' past op de oorspronkelijke definitie van 'precancel'. Slechts ten dele, blijkt.

In Nederland is een postzegel die aan bovenstaande definitie voldoet verboden. Zelfs uitdrukkelijk. Wat betekent dan het Nederlandse woord voorafstempeling? Ik heb dus Van Dale maar eens geraadpleegd. Het woord voorafstempeling komt er niet in voor. Maar gelukkig, Frans Blom komt te hulp. Hij heeft de officiële stukken van de Nederlandse Posterijen er op nageslagen. In zijn lijst uit 1969 haalt hij aan uit No. 12 der Verzameling van Voorschriften van 1890, art. 3:

'Met het voorafstempelen van adresbanden voor de couranten en andere drukwerken wordt, in de gevallen waarin zulks thans geschiedt, voortgegaan of daartoe voor nieuwe gevallen onder goedkeuring des Ministers, de gelegenheid geopend'.

De tot dan toe oogluikend toegestane voorafstempeling wordt hierbij officieel geregeld.

Er wordt dus in Nederland wel degelijk voorafgestempeld, zij het niet van zegels maar van adresbanden. De adresstroken voegen we er voor de volledigheid nog aan toe. Het begrip is al meer dan 100 jaar oud.

Voorafstempelen gaat in Nederland dus op adresstroken en -banden, niet op losse zegels.

Nederland is daarin overigens geen uitzondering, in meerdere landen was dat zo.

De begrippen 'precancel' en 'voorafstempeling' zijn dus niet uitwisselbaar.

  klassieke NL afb. 1

klassieke NL afb. 2 

precancels, los en op brief

klassieke NL afb. 3 

adresstrookje met versneden zegel

Voor de niet-Nederland-verzamelaars zal de catalogus soms onbegrijpelijk zijn zonder enige kennis te hebben van de kenmerken. Daarom wil ik enkele vormen van de Nederlandse voorafstempeling tonen en toelichten aan de hand van het gebruikte voorafstempelingsproces.

De Nederlandse voorafstempelingen

Tenminste al vanaf 1870 werd er voorafstempeling toegepast bij de verzending van kranten en tijdschriften. Die voorafstempeling werd door de uitgeverijen/drukkerijen zelf, in samenwerking met de postkantoren, georganiseerd.

De werkwijze daarbij was om in de uitgeverijen/drukkerijen eerst de namen en adressen van de abonnees op grote vellen te drukken/schrijven en wel zodanig dat er uit die vellen grote of kleine adresstroken gesneden konden worden. Op het grote vel werden bij de adressen ongestempelde postzegels geplakt. De hele stapel grote vellen werd dan op het postkantoor afgestempeld. Weer terug in de uitgeverij/drukkerij werden er uit die vellen adresstroken gesneden. Kleine adresstrookjes werden direct op de periodiek of op een (blanco) wikkel geplakt. Grote adresstroken werden gevouwen tot wikkels, waarin dan de periodiek. De hele stapel nu complete poststukken ging weer naar het postkantoor of direct naar de trein voor verdere distributie. Er was dus na het drukken van de periodieken geen oponthoud voor het afstempelen van honderden of duizenden aparte poststukken. Vooral voor kranten was dat van wezenlijk belang.

De werkwijze werd door enkele honderden drukkerijen/uitgeverijen toegepast. Vooral vanaf 1890.

Bovenstaande is de grote lijn, er zijn zoals altijd uitzonderingen.

Kenmerken van de Nederlandse voorafstempelingen

Maar hoe is het te zien dat het een voorafstempeling betreft en niet een op het postkantoor pas afgestempeld poststuk waar de periodiek toen al in zat? De werkwijze van de voorafstempeling liet gelukkig zijn sporen vaak na. Die kenmerken zijn in het Vademecum uitgebreid behandeld. De meest voorkomende worden hierna kort genoemd en toegelicht.

De belangrijkste voorafstempelingen voor de Nederlandse verzamelaar zijn de tandingen en knippen. Wie heeft er nog nooit gehoord van de Bossche tanding en de Heerlense knip. De tandingen en knippen worden dan ook het meest verzameld.

Het meest voorkomende kenmerk van voorafstempeling is echter de abklatsch. Moeilijker om te verkrijgen, lastiger om mooi te verzamelen en goede kennis van zaken is onontbeerlijk. Bovendien heeft men als verzamelaar daarvan de neiging om er zoveel mogelijk van te willen hebben, zodat er voor andere verzamelaars minder over blijft.

Naast bovenstaande zijn er nog diverse kenmerken. Hierna worden enkele belangrijke nader toegelicht aan de hand van de vroeger gehanteerde werkwijzen in uitgeverijen en drukkerijen.

- abklatsch

Het meest voorkomende kenmerk van de Nederlandse voorafstempelingen is de 'abklatsch'. Voor de uitleg daarvan moeten we even terug naar de werkwijze van de uitgeverijen/drukkerijen.

De grote vellen met adresstroken (waarop dus de nog ongestempelde zegels) werden dus op het postkantoor gestempeld. Gestempelde vellen werden er meestal op elkaar gelegd, waardoor de nog natte inkt van het vorige vel zich hechtte aan de onderzijde van het volgende vel. De inkt op de achterzijde is soms in spiegelbeeld goed leesbaar, vaker wat minder en soms ook nauwelijks zichtbaar. Het heet abklatsch.

Bij een groot deel van de voorafgestempelde wikkels kunnen we dus aan de binnenzijde die abklatsch zien. Vaak ter hoogte van de postzegel.

 

klassieke NL afb. 4 

adresbandje voorzijde

klassieke NL afb. 5

adresbandje binnenzijde

Dus wikkels verzamelen? Complete wikkels zijn er niet zo heel veel. Zo'n wikkel kost op een veiling tussen de 10 en 50 euro voor de meest voorkomende!!!! We hebben er als zuinige Nederlanders wat op gevonden. We verzamelen naast bandjes ook fragmenten: we zoeken nog niet afgeweekte zegels en bekijken of er abklatsch op de achterkant van het fragmentpapier zit. Zo ja, dan bingo. Dat het Vademecum onmisbaar is om te weten of het om echte abklatsch en voorafstempeling gaat, en van welke periodiek die voorafstempeling is, laat zich raden.

klassieke NL afb. 6

klassieke NL afb. 7  klassieke NL afb. 8  klassieke NL afb. 9 

fragmenten met abklatsch

Is er altijd abklatsch bij voorafstempeling? Bij de kleine adresstrookjes is er vaak geen abklatsch meer, want daar ging de plakselkwast overheen en werden dan op wikkel of periodiek geplakt. Bij de bredere stroken voor de wikkels is er bij voorafstempeling redelijk vaak abklatsch te zien.

Dus: abklatsch is een (vaak gedeeltelijke) spiegelbeeldige afdruk van het stempel, voorkomend aan de binnenzijde van de wikkel; het is een kenmerk van voorafstempeling, alleen te zien bij een wikkel (of adresstrook) of fragment ervan.

Nota bene: er zijn nog diverse andere kenmerken die uitsluitend aan adresstrookjes of wikkels (of grote fragmenten) te zien zijn. Ze komen minder voor, zie daarvoor het Vademecum.

klassieke NL afb. 10

schaars kenmerk: vouw van wikkel door zegel

- knippen en tandingen

Ook dit zijn kenmerken van voorafstempeling. Om ze te begrijpen moeten we weer terug naar de werkwijze.

Het afgestempelde grote vel werd dus op uitgeverij/drukkerij versneden tot wikkels, bij sommige bedrijven tot kleine adresstrookjes.

Die kleine adresstrookjes waren vaak even smal als de zegellengte. Er waren dan op het grote vel vaak geen losse zegels gebruikt, maar een strip zegels die over een reeks adresstrookjes kon worden geplakt. Bij het snijden kreeg ieder adresstrookje zo zijn eigen zegel, waarbij twee randen door het snijden vaak eraf waren of waarbij de tanden van de buurzegel er juist nog opzaten. Dat verschijnsel heet dan de knip, de zegel heet een knip, bv de Heerlense knip. Als de adresstrookjes niet met een mes maar met een tandingapparaat werden gescheiden, heet dat dan een tanding, bv de Bossche tanding.

klassieke NL afb. 11  klassieke NL afb. 12 

Bossche tanding en Heerlense knip

Soms werden er ook erg smalle wikkels gemaakt. Daar zie je het verschijnsel ook. Men gebruikte ook wel eens paren zegels, waarbij na scheiding één zegel per adres: bv de Utrechtse knip.

klassieke NL afb. 13

Utrechtse knip

Geknipte randen en tandingen zijn van belang. Er is dan aan afgeweekte zegels te zien of ze een kenmerk van voorafstempeling hebben. Ze worden dan ook veel meer verzameld dan de exemplaren met alleen abklatsch.

klassieke NL afb. 14 

klassieke NL afb. 15

 

 klassieke NL afb. 16

 

 

afgeweekte zegels, herkenbaar voorafgestempeld

Dus: knippen en tandingen zijn kenmerken van voorafstempeling. Ze zijn ook als afgeweekte zegel herkenbaar en verzamelbaar.

- serieafstempeling

Ofschoon verboden, werden er in enkele plaatsen tijdelijk toch vellen zegels voorafgestempeld. Het werd gedaan met de gewone toen geldende datumstempels, zegel voor zegel: serieafstempeling. Verwarring met normaal afgestempelde zegels is goed mogelijk.

Dus: serieafstempeling is een kenmerk van voorafstempeling en is ook bij een afgeweekte zegel vaak herkenbaar en verzamelbaar.

klassieke NL afb. 17

verboden serieafstempeling

- drukwerkrolstempel

In 1912 verscheen het drukwerkrolstempel, uitsluitend bestemd voor het voorafstempelingen van bandjes en stroken. Het is een rolstempel waarmee het grote vel met wikkels of stroken in een keer werden afgestempeld. Er bestaat een uitgebreide catalogus van. Daarom behandelen we deze stempels in de catalogus niet.

Dus: het drukwerkrolstempel is een kenmerk van voorafstempeling en is ook bij een afgeweekte zegel vaak herkenbaar en verzamelbaar.

klassieke NL afb. 18  klassieke NL afb. 19 

drukwerkrolstempel op afgeweekte zegels

- gebruiksperiode klassieke voorafstempelingen

De klassieke voorafstempelingen van Nederland waren er van 1870 tot ongeveer 1925. Vanaf 1912 gingen de meeste plaatsen het drukwerkrolstempel al gebruiken. In 1919 werd er frankering bij abonnement zonder postzegel toegestaan, waarna voorafstempeling nog maar sporadisch voorkwam (zeker tot in 1930).

Tenslotte.

In het verenigingsblad wordt momenteel het hele scala van de klassieke voorafstempelingen van Nederland inclusief waarderingen gepubliceerd. Een catalogus dus. Deze moet als leidraad kunnen dienen voor het opzetten van een speciaalverzameling Voorafstempelingen. Bovendien wordt er daarin wat dieper ingegaan op enkele fenomenen zoals tandingen, knippen, bedrijfsvoorafstempelingen, enzovoorts.

www.bursaescorpartner.biz escort bursa