header-rotator       Studiegroep Voorafstempelingen

Belgische voorafstempelingen op Duitse Germania-zegels

                                                                                                                                         Mon Römer

Onderstaand artikel is een bewerkte compilatie van twee bijdragen die gepubliceerd werden in het tijdschrift van de Studiegroep Voorafstempelingen.

(nr. 10 van april 1991 en nr. 13 van november 1992)

Gelieve mij te verontschuldigen over de slechte kwaliteit van sommige afbeeldingen die genomen zijn van slechte kopieën.

In 1991 vond ik een Duitse Germania-zegel, 10 pfennig (Yv. Nr. 84), met de Belgische voorafstempeling TOURNAI/1914/DOORNIJK in stand A. De stempelafdruk was ongetwijfeld afkomstig van het origineel handrolstempel. Dit was gebleken uit een vergelijking van een vergroting ervan met tientallen andere vergrotingen van zeer courante identieke voorafstempelingen op de zegels OBP nrs. 108 en 109.  

image002      

(Verzameling M. Römer)

Ik stelde vast dat over deze zegel met dit stempel al heel wat gepubliceerd was. Eerst heb ik getracht enigszins wegwijs te worden in de fragmentarisch gepubliceerde gegevens door ze chronologisch te ordenen. Daarna heb ik getracht na te gaan of er nog meer Belgische voorafstempelingen op Germania-zegels bekend waren. Hier volgt het verhaal van mijn zoektocht :

1. Op 30 juni 1933 schrijft dhr. Zirkenbach in de “Sammler-Woche”, 16° jaargang nr 11/12 (vertaald) :

 image004

Belgische Voorafstempeling gedurende de Duitse bezetting gebruikt.

Gedurende de oorlog hebben het postkantoor Leuven 2 en een Duits veldpostkantoor in Roeselare het handrolstempel van het kantoor gebruikt voor het ontwaarden van veldpostpakketten. Ondanks intensief zoeken van speciaalverzamelaars dook geen andere plaats op die het stempel ook had gebruikt.  Nu eindelijk is er zo één bekend geworden. Ook het postkantoor Tournai-Doornijk 2 heeft de voorafstempeling als pakjesstempel gebruikt. Wellicht zet dit succes speciaalverzamelaars van dit gebied aan verder te zoeken. Het kan zijn dat nog meer van deze stempels gevonden worden.

2.  In mei 1937 verschijnt van de hand van dezelfde heer Kurt Zirkenbach een catalogus van de stempels die tijdens Wereldoorlog I gebruikt werden in het Generaal-Gouvernement België : “Preisverzeichnis der Abstempelungen des Gen.-Gouv. Belgien”

De stempels nrs. 603 d. en 1081 f. betreffen de Belgische voorafstempelingen : 

image006 

 image008

Beide stempels krijgen een waardering van respectievelijk 10.- en 15.-. De noteringen van de meeste andere stempels variëren echter van 0.10 tot 1.- waaruit blijkt dat dhr. Zirkenbach de préo-afstempelingen als zeer zeldzaam aanziet. 

Opmerkelijk is dat de voorafstempeling ROESELARE/ROULERS niet in deze catalogus is opgenomen hoewel hij ze zelf al in 1933 heeft vermeld (zie paragraaf 1).

3.  In november 1956 verschijnt in het tijdschrift “Echophil”, boek 53, bladz. 42 een artikel “Marques postales de guerre de Belgique” van dhr. Leclercq de Sainte Haye waaruit volgende alinea komt (vertaald) :

Er moet nog gezegd worden dat zegels van het Germania-type voorafgestempeld werden en in volledige vellen verkocht voor de frankering van drukwerk, echter slechts in drie Belgische postkantoren : Leuven, Doornik en Roeselare. Ze zijn uiterst zeldzaam en alle met jaartal 1914.

4.  Omstreeks 1970 wordt Etude nr. 120 bij “Le Monde de Philatélistes” gepubliceerd met als titel “Les préoblitérés dans le monde” van dhr. Léon Philippe. Op bladz. 17 staat (vertaald) :

Gedurende de oorlog 1914/1918 lieten de Duitse Bezetters vellen Duitse postzegels van het type Germania voorafstempelen voor het frankeren van drukwerk. Ze werden slechts in drie steden gebruikt (Leuven, Roeselare en Doornik), alle met opdruk 1914. Ze zijn zeer zeldzaam.

5.  Een Duits filatelist, Dr. Kessler, neemt contact op met dhr. Phlippe om inlichtingen te bekomen over de bronnen van zijn studie. Dhr. Philippe verwijst naar het artikel van dhr. Leclercq de Sainte Haye (zie paragraaf 3) en naar een brief die hij op 31 augustus 1966 van dhr. Jean Lepingle zou ontvangen hebben en waarin volgende uitspraak voorkomt :

Ik heb nooit Germania-préo’s gezien, maar ik weet dat ze bestaan en dat de overleden Mr. Lurji twee of drie ervan gevonden heeft die na zijn dood aan het Belgisch Postmuseum geschonken werden.

Bij navraag in het Postmuseum blijken de Germania-préo’s er echter niet te zijn.

6. Een deel van bovenstaan verhaal verschijnt in december 1985 in het Duits tijdschrift “Der VE-Sammler”, 38° jaargang nr. 265. 

image010 

Het wordt in september 1986 vertaald overgenomen in het orgaan van de “Studiegroep Voorafstempelingen”, 1° jaargang nr. 1. Het artikel besluit met volgende vragen :

-          Werden deze zegels nu gebruikt voor het frankeren van veldpostpakjes, of voor drukwerken, of voor beide ?

-          Moesten veldpostpakjes vanuit België naar Duitsland eigenlijk wel gefrankeerd worden ?

-          Werd het stempel misschien direct op het veldpostpakje gedrukt ?

-          Waren de voorafgestempelde Germania-zegels met of zonder opdruk ?

-          Wie heeft zulke zegels of weet ze te vinden ?

7.  Dhr. F.J.A. de Groot uit Den Haag reageerde op dit artikel met een ingezonden brief die gepubliceerd werd in het orgaan van de “Studiegroep Voorafstempelingen”, 2° jaargang nr. 2, april 1987 en in “Der VE-Sammler”, 40° jaargang nr. 270, februari 1987.

Eén van de eerste maatregelen die werden genomen door de Duitse autoriteiten die belast waren met het hele postgebeuren in het bezette België was het gebruik van voorafstempelingen te verbieden. 

Bij de beschieting van Leuven door het oprukkende Duitse leger op 5 augustus 1914 raakte het postkantoor in brand en werd totaal verwoest.  Het is de vraag of er uit die verwoesting nog een bruikbaar stempel kon komen.

En toch bestaan er buitenlandse, ook Duitse, postzegels met een Belgische voorafstempeling.  Waar algemeen het spaarkasrolstempel gebruikt werd voor het ongeldig maken van buitenlandse niet-afgestempelde postzegels, is een enkele keer het handrolstempel voor dit doel gebruikt.  Bekend in bestaande collecties zijn : Guatemala Yv. nr. 62 1897 met voorafstempeling Liège/1897 en Deutsches Reich Yv. nr. 84 1906/11 met voorafstempeling TOURNAI/1914/DOORNIJK.  Dit laatste moet dan hebben plaatsgevonden vóór 2 augustus 1914.

In heel België waren de spaarkasbladen in gebruik, welke bij verzilvering vernietigd dienden te worden met het spaarkasrolstempel. Maar in Ath, Charleroi, Dinant, Fontaine-L’Evêque, La Louvière, Mons en Tongres gebruikte men nogal eens het handrolstempel waarmee normaal werd voorafgestempeld.

Zolang er geen duidelijk bewijzen zijn met enkele stukken van gebruik van de voorafstempeling na 2 augustus 1914 op Duitse postzegels kunnen we het verhaal dat ze zijn aangebracht in opdracht van de Duitse bezettingsautoriteiten wel vergeten.

8.  In het januari-nummer van het tijdschrift “De Postzegel”, 49° jaargang nr. 1 1986, plaatste ik een oproep om inlichtingen of een verklaring.

image012 

Ik ontving hierop één reactie van dhr. J. Cuypers uit Vosselaar die volgende mogelijkheden ter overweging gaf :

Doornik bevond zich in ’14-’18 in het zogenaamde etappengebied, d.w.z. een strook van zowat 50 km achter het front, waar de legerbevelhebbers rechtstreeks verantwoordelijk waren voor het bestuur, anders dan in het General-Gouvernement (het overige onbezette België), waar een Militaire Bevelhebber speciaal was aangesteld voor het bezettingsbestuur.

In het etappengebied treft men doorgaans geen stempels aan met plaatsaanduiding van een postkantoor (in tegenstelling met het General-Gouvernement), doch wel stempels van een “Postprüfungs-“ of “Postüberwachungsstelle”. Te Doornik bevond zich dergelijke “Stelle”.

In het etappengebied werden in principe Duitse postzegels, type Germania, gebruikt met een opgedrukte waarde in Fr en/of c, zonder opgedrukte landsnaam.  Men vindt er nochtans ook niet zelden dergelijke zegels met de opdruk “Belgien”, die in principe bestemd waren voor het General-Gouvernement.

Voor inwendig gebruik werden evenwel in beide gebieden ook Duitse postzegels gebruikt zonder opdruk. Uitzonderlijk gebeurde dit ook wel eens op briefwisseling.

De verschillende “Stellen”, beschikten over stempels, soms met nummers, soms ook met plaatsnaam.  Er wordt echter in de litteratuur ook gewag gemaakt van diverse noodstempels, die gebruikt werden in het begin van de bezetting wanneer men blijkbaar nog niet over (voldoende) stempels beschikte.

Een voorzichtige poging tot verklaring van de door u gevonden stempel zou dus kunnen zijn dat de bewuste postzegel werd gebruikt in het begin van de bezetting (1914) voor inwendig gebruik (of misschien zelfs op briefwisseling) en dat de handrolstempeling werd gebruikt als noodstempel. Zulks stempel was immers bij uitstek geschikt om grotere hoeveelheden zegels te vernietigen, die bij voorbeeld op een borderel geplakt zijn.

Maakwerk is evenmin uitgesloten : een Duitse aangestelde kan de rolstempel op de post gevonden hebben en een “souvenir” vervaardigd hebben.

9. Voor de lezers die niet vertrouwd zijn met het postwezen onder de Duitse bezetting in België volgt hier een summiere uiteenzetting, overgenomen uit “Postwaardestukken van België”, uitgegeven door de v.z.w PRO-POST, uitgave 1990 :

Het postwezen in het Etappengebied

 image014

Het etappengebied is de strook achter het front.  Deze is toevertrouwd aan een Duits leger, dat er zijn basissen heeft en de bevoorrading verzekert. In zijn eigen etappengebied bestuurt het leger de burgerbevolking en verzorgt er ook de post. Deze postdienst is volledig gescheiden van de veldpost (Feldpost), voorbehouden aan de Duitse troepen.

De postdiensten in de “etappen” zijn slechts elementair, en onderworpen aan de legerstructuur. De post, beperkt tot open enveloppen en briefkaarten, moet afgegeven en in ontvangst genomen worden in de “Etappenkommandantur” (kantoor van de plaatscommandant), deze bevonden zich in de belangrijkste gemeenten (12 voor het 4de leger).

Aangetekende en expresse zendingen zijn verboden, onvoldoende gefrankeerde zendingen worden niet verstuurd. De postwaarden worden verkocht in de Kommandantur. De post verzameld in de Kommandantur, wordt verstuurd naar het hoofdkwartier van het leger, de etappeninspektiedienst (Etappeninspektion), daar wordt ze gecensureerd (door de “Prüfungsstelle of Überwachungsstelle”), nadien worden de zegels gestempeld. Vervolgens wordt de post verder gestuurd naar de Kommandantur van bestemming of naar Brussel, wanneer de bestemming zich bevindt onder het Generaal Gouvernement of in Duitsland.

Elk leger bezit een grote administratieve autonomie. Dit komt ook tot uiting in de eigen organisatie van de etappenpostdienst en in de verschillende postmerken en censuurstempels.

Er bestaat dus een eigen etappenpost voor elk leger van het westelijk front.

10. Bovenstaande tekst (paragrafen 2 t/m 8) stuurde ik op 4 september 1990 naar de “Kring Belgische Filatelie aan de Rijn” en naar de “Studiekring-Germania” met het verzoek hem op te nemen in hun tijdschriften, in de hoop dat hun leden bijkomende informatie zouden kunnen bezorgen.

11. Nog vóór het artikel werd gepubliceerd schreef op 15 september 1990 dhr. H. De Belder, secretaris van de “Belgische Filatelie aan de Rijn” :

Tijdens een voorafgaandelijke werkvergadering ter voorbereiding van BELGICA 90 had ik het genoegen in het Postmuseum de verzameling “ZIRKENBACH” na te zien. Toen reeds viel mij een brief op met Germania-zegel zonder opdruk maar met een voorafstempeling “LEUVEN/1914/LOUVAIN”. Daar ik tot dan toe zulke afstempeling nog nooit had tegen gekomen en daar ik ervan overtuigd was dit een grote zeldzaamheid was heb ik van dit document een fotokopie laten nemen, welke ik U hierbij toestuur.

 image016

Feldpostbrief van Leuven naar Duitsland gefrankeerd met een Germania-zegel,

ontwaard met het handrolstempel LEUVEN/1914/LOUVAIN.

Legerstempel : Landsturmbattaillon/Soldatenbrief/Elberfeld

 12. Eveneens vóór het verschijnen van het artikel zond de voorzitter van de “Gemania-Studiekring”, dhr. Frans Danneels, uittreksels uit het tijdschrift van de “Arbeitsgemeinschaft Germania-Marken e.V.” waaruit blijkt dat ook in deze kringen al jarenlang naar een verklaring voor het fenomeen werd gezocht.

13. In het nr. 17 van maart 1987 publiceert dhr. Gerhard Meier eveneens zijn artikel (zie paragraaf 6) in het tijdschrift van de “Arge Germania-Marken e.V.”.  Hierop reageert dhr. M. Althen met een bijdrage in het nr. 28 van december 1989 (vertaald) :

Moesten veldpostpakjes vanuit België naar Duitsland eigenlijk wel gefrankeerd worden ?

Deze vraag stelt G. Meier op het einde van zijn “Germania-zegels met Belgische voorafstempeling ?” in nr. 14/1987 van ons tijdschrift.

Eerst moet vastgesteld worden, dat het begrip “Veldpostpakje”, als niet ambtelijk erkend poststuk, voor het eerst in 1917 in het Legerdienstorderblad genoemd wordt.  Het poststuk “PAKJE” werd officieel op 1 januari 1920 bij de Duitse Rijkspost ingevoerd. Zeker is dat de oorsprong van dit poststuk bij de Duitse Veldpost te vinden is.  In het Legerdienstorderblad van het Ministerie van Oorlog nr. 395 van 8 oktober 1914 werd namelijk bepaald :

Nr. 308. Vermindering van het port voor Veldpostbrieven.

Het port voor Veldpostbrieven van 50 tot 250 gram is op 10 Pf. gebracht, het port voor Veldpostbrieven van 250 tot 500 gram bedraagt 20 Pf.

Hieruit wordt duidelijk, dat de gewichtsbovengrens voor gewone Veldpostbrieven van 250g op 500g werd gebracht. De gewichtsverhoging gold slechts in de richting Vaderland-Front.

De bevolking benutte deze nieuwe mogelijkheid al vlug om kleinere waren (tot 500g) met Veldpostbrieven te verzenden.

De privé-industrie pikte op de verzendingsmogelijkheid van kleine gemengde goederen tot 500g snel in en vervaardigde kartonnen doosjes, die in de volksmond al vlug “pakjes” genoemd werden.  Speciale klevers voor veldpostbrieven in pakjesvorm werden gelijktijdig beschikbaar gesteld.

Met de verordening van het Ministerie van Oorlog van 17 januari 1917 werd de gewichtsbovengrens voor veldpostbrieven ook voor de richting Front-Vaderland op 500g gebracht. (Een overgewicht van 10% werd getolereerd).

Uit deze uiteenzetting wordt duidelijk dat de veldpostpakjes zowel in de richting Vaderland-Front als ook in de richting Front-Vaderland met 10 Pf. (tot 250/275g) of met 20 Pf. (meer dan 250/275g tot 500/550g) gefrankeerd moesten worden.

Er blijft nog de vraag, welke postzegels voor de veldpostpakjes gebruikt konden worden. Voor de frankering kwamen zowel zegels van het Deutsches Reich, als zegels met opdruk in aanmerking. De ons bekende voorafstempeling Leuven/1914 uit de verzameling van Zirkenbach toont een 10 Pf. Germania (Veldpostpakje tot 250g) van het Deutsches Reich. Voorafstempelingen konden m.i. met beide soorten postzegels mogelijk zijn.

In dit verband legt dhr. Bensing een postkaart voor met voorafstempeling “MEENEN/14/MENIN”.  Het gaat om een stukje maakwerk van een verzamelaar, waarbij alle voor de afzender beschikbare postzegelwaarden gebruikt werden.  Dit blijkt ook duidelijk uit de tekst op de rugzijde van de postkaart.  

 image018

(Verzameling W. Bensing)

Deze kaart is gefrankeerd met 2 Belgische, 1 Franse en 3 Duitse postzegels; alle afgestempeld met “Feldpostamt / Garde-korps”.  Dwars over de kaart komt zes maal de voorafstempeling MEENEN/14/MENIN voor.  Deze voorafstempeling is tot op heden in geen enkele Préo-catalogus opgenomen.  Bekend zijn wel de voorafstempelingen MEENEN/MENIN voor de jaren 1910 t/m 1913.

14. Aangevuld met de nieuwe gegevens verschijnt mijn artikel in het decembernummer van het tijdschrift “Belgische Filatelie a./d. Rijn”, in het nummer 4 (jaargang 2 - 1990) van het tijdschrift van de Germania-Studiekring en in het nummer 202 van het tijdschrift van de V.B.P.-Studiekring (december 1990).

15.  De eerste die reageerde was dhr. Heinz Findeiss uit Fischbachau in Duitsland.  Al op 8 december 1990 schreef hij (vertaald) :

Vandaag ontving ik het december-nummer van ons tijdschrift “Belgische Filatelie a/d Rijn” met uw interessant artikel over de Bel. Voorafstempeling, gebruikt gedurende de Duitse bezetting in België.  Ik stuur u een fotokopie van een fragment van een poststuk met de stempel van Tournai. De zegels bevinden zich op relatief dik kartonpapier, wat mij in de aanname versterkt, dat deze stempels inderdaad als pakjesstempel gebruikt werden, tenminste voorlopig of tijdelijk.  Het jaartal is onleesbaar, waarschijnlijk 1914.

 image020

(Verzameling H. Findeiss)

Bovenstaande zegels bevinden zich niet op een poststuk maar op een fragment. Het fragment is slechts iets hoger dan de zegels; toch kan men duidelijk zien dat de stempels boven de twee linkse zegels gedeeltelijk op het karton doorlopen.

16.  Op 10 december 1990 ontvang ik een tweede reactie op mijn publicatie. Een eminent Duits filatelist uit Brussel, dhr. Gerhard Ludwig, wil volgende bedenkingen aan het probleem toevoegen waardoor de twijfels aan het reguliere postale gebruik van het handrolstempel op de Germania-zegels echter nog toenemen (vertaald) :

1. Het Feldpost-besluit nr. 1 van 1 augustus 1914 luidt onder punt “c) Vrijstelling van port en portvermindering voor Feldpostzendingen” als volgt :

“De in par. 25 van de Fp.D.O. (= Feldpostdienstorder) opgegeven vrijstelling van port en portvermindering voor postzendingen voor dienstplichtigen is van kracht geworden.”

Feldpostzendingen werden, zoals in het afgebeelde voorbeeld, met het woord “Feldpostbrief” aangeduid. (Dhr. Ludwig verwijst hier naar de brief afgedrukt in paragraaf 11.)  Het stempel met het woord “Soldatenbrief” bewijst dat de afzender aanspraak kon maken op een kosteloze bestelling van zijn brief met de Feldpost.

2. Leuven werd op 19 augustus 1914 bezet, zodat de brief op zijn vroegst negentien dagen, d.i. bijna drie weken na dit Feldpost-besluit in Leuven kon afgegeven zijn.

Besluit:  Een Belgische voorafstempeling heeft op een Duitse zegel, die bovendien op een portvrije veldpostbrief kleeft, niets te zoeken. De brief is bijgevolg, zoals u zelf reeds vermoedt, een product van “soldatensouvenirs” met postzegels.

17. Op 18 december 1990 toonde M. Vermeulen uit Wilrijk mij een rode 10 pf-Germania-zegel. Hij bevat de opdruk “Belgien 10 Centimes” en de voorafstempeling TOURNAI/1914/DOORNIJK in stand C. De zegel bevindt zich noch op een poststuk, noch op een fragment.

image022 

 (Verzameling M. Vermeulen)

18. Ik publiceerde al deze gekende gegevens in het nr. 10 van  april 1991 van het tijdschrift van de Studiegroep Voorafstempelingen en besloot als volgt :

Uiteindelijk zijn er meer vragen bijgekomen dan er beantwoord zijn. Ik ben echter verheugd vast te stellen dat mijn zoektocht een aantal voor ons onbekende feiten heeft opgeleverd :

- Tijdens WO I zijn minstens volgende Belgische handrolstempels gebruikt :

LEUVEN/1914/LOUVAIN

MEENEN/1914/MENIN

TOURNAI/1914/DOORNIJK

- Er bestaan minstens zeven Germania-zegels met een Belgische voorafstempeling :

1. Een rode 10 pf-zegel zonder opdruk met stempel LEUVEN/1914/LOUVAIN in stand C op een “Feldpostbrief” (verzameling Zirkenbach-Postmuseum).  Het stempel komt eveneens voor op de brief.

2. Een blauwe 20 pf-zegel zonder opdruk met stempel MEENEN/14/MENIN in diagonale stand op een postkaart (verzameling Bensing).  Het stempel komt eveneens voor op de kaart.

3. Een strip van drie bruine 3 pf-zegels met opdruk “Belgien 3 Cent.” en met stempel TOURNAI/191?/DOORNIJK in stand A op een kartonfragment (verzameling Findeiss). Het stempel komt eveneens voor op het fragment.

4. Een rode 10 pf-zegel zonder opdruk met stempel TOURNAI/1914/DOORNIJK in stand A (verzameling Römer).

5. Een rode 10 pf-zegel met opdruk “Belgien 10 centimes” en met stempel TOURNAI/1914/DOORNIJK in stand C (Verzameling Vermeulen)

- Vier van de zeven stempels vertonen een zuivere afdruk “14” of “1914”.  Dit bewijst echter niet dat ze in 1914 gestempeld zijn. Men heeft immers gebruik gemaakt van bestaande vooroorlogse stempels die tijdens de bezetting niet werden aangepast.

Merkwaardig is dat het laatste cijfer van het jaartal in het stempel op de strip van drie onleesbaar is. De 3 pf-zegel met de opdruk “Belgien 3 Cent.” Is volgens de Netto-catalogus pas op 1 mei 1916 in omloop gebracht. Het is niet meer te achterhalen of de “4” uit het stempel verwijderd is of dat het een toevallige onduidelijke afdruk betreft.

- Vijf van de zeven zegels bevinden zich op een poststuk of een fragment waarbij het rolstempel zowel op de zegels als op het onderliggende stuk voorkomt.  Beide poststukken zijn geen drukwerk.  Er is dus geen enkel bewijs “dat de zegels van het Germania-type voorafgestempeld werden en in volledige vellen verkocht voor de frankering van drukwerk” (zie paragrafen 3 en 4).

- De postkaart met stempel MEENEN/14/MENIN bewijst dat ook in die periode verzamelaars actief waren of dat soldaten souvenirs lieten aanmaken.  De soms zeer nette afdrukken van de stempels op de losse zegels wijzen eveneens in deze richting.

- De voorafstempeling ROESELARE/ROULERS op een Germania-zegel waar dhr. Zirkenbach in 1933 naar verwijst (paragraaf 1) is tot op heden nog niet opgedoken; noch op een poststuk of fragment, noch op een losse zegel.

- Het stempel MEENEN/14/MENIN komt niet voor in de catalogus met oorlogsstempels die dhr. Zirkenbach in 1937 opstelde.  Vermoedelijk kende hij de postkaart (nog) niet.

Het stempel komt ook in geen enkele préo-catalogus voor.  We hebben er nog steeds het raden naar wanneer de handrolstempels jaarlijks werden aangepast.  Gebeurde dit automatisch in januari of pas wanneer de eerste préo’s in het nieuwe jaar werden aangekocht ? Indien de eerste veronderstelling juist is dan bestaat de kans dat de postkaart de enige is waarop het stempel MEENEN/14/MENIN gebruikt is. Indien de aanpassing gebeurde bij een aankoop dan moeten er nog gewone Belgische zegels met dit stempel in omloop zijn gebracht. 

- Doornik en Menen lagen in het etappengebied; Leuven lag in het Generaal-Gouvernement. Blijkbaar is er geen verband tussen het gebruik van de handrolstempels en de verschillende bestuursvormen.

- Ik ben helemaal niet vertrouwd met de tarieven die tijdens de bezetting moesten toegepast worden. Op het eerste zicht spreken de legerdienstorders die werden opgegeven elkaar tegen. Of de “Feldpostbrief” al dan niet moest gefrankeerd worden laat ik over aan de specialisten terzake.

Besluit :

Het is zeker dat de stempels niet als voorafstempeling zijn aangebracht. Een ontwaarding bij aankomst van een niet gestempelde zegel is eveneens onwaarschijnlijk. Er blijven dus nog twee mogelijkheden, met name een soldatensouvenir of een noodstempel. De zeven gekende exemplaren zijn echter nog steeds te weinig bewijsstukken voor één van beide hypothesen.  Ik hoop dat dit onderzoek voortgezet wordt in kringen van Germania-specialisten.

19. Dit is inderdaad gebeurd en in het nr. 4 van december 1991 van het tijdschrift “Germania” publiceerde dhr. Benny Blontrock een aantal bedenkingen waardoor deze zegels definitief naar het rijk van de soldatensouvenirs of “Kriegsandenken” kunnen verwezen worden. Ik citeer :

Samen met de auteur moeten wij inderdaad akkoord gaan dat er zeer grote vraagtekens geplaatst worden, niet zozeer over het bestaan van de stukken, maar vooral over het ontstaan en gebruik van die documenten.

Het zal geen enkele Germania-verzamelaar ontgaan zijn en zeker ook K. Zirkenbach niet, dat Duitse soldaten graag souvenirs naar de heimat zonden.  Wanneer het dan om een postzegelverzamelaar gaat, dan wordt dat “maakwerk”, met ter plaatse gevonden stempels, liefst met de plaatsnaam van de gemeente en soms ook met achtergelaten zegels of postwaardestukken, zelfs wanneer er duidelijk vrijport was zoals op de meeste Feldpostkarte en Feldpostbriefe.

Dhr. Blontrock toont dit aan met enkele illustraties van correspondentie van militairen met “thuis” waarvoor in principe portvrijdom bestond. Volgend voorbeeld heb ik overgenomen uit zijn artikel :

image024 

(Verzameling B. Blontrock)

 Postwaardestuk verstuurd van Denderleeuw naar München op 26 oktober 1914.

De aanduiding “Feldpostbrief” geeft aan dat de afzender portvrijdom genoot.

 Over de “Feldpostkarte” met de préo-afstempeling MEENEN/14/MENIN diagonaal over de kaart (paragraaf 13) schrijft hij :

Zolang er niet gefrankeerd wordt als het niet “moet”, dan is er sprake van gewone post en kan men van normaal of toevallig gebruik spreken.  Als de afzender en met gevonden stempels op een voorgedrukte Duitse kaart ook nog Belgische en Franse zegels met Germaniazegels mengt, dan is er meer dan iets aan de hand en zouden we best alle opzoekingen staken.

Over de Feldpostbrief met het Leuvense handrolstempel (paragraaf 11) :

Ook voor LEUVEN/1914/LOUVAIN is dat het geval : De afgebeelde Feldpostbrief kon onder portvrijdom verstuurd worden; het stempel “Soldatenbrief” geeft de nodige aanduidingen, en toch wordt een zegel van 10 pf. gekleefd om het gevonden stempel te kunnen gebruiken.

Dhr. Blontrock eindigt zijn artikel als volgt :

Briefomslagen en postkaarten met opgekleefde préo’s van de geciteerde gemeenten bestaan, anders zouden ze in de diverse studies niet afgebeeld worden …, hun ontstaan is geen raadsel, maar ontsproten uit de fantasie van enkele amateurs die eerder toevallig in het bezit kwamen van stempelmateriaal. De vraag rijst natuurlijk : moeten die zegels verzameld worden of meer nog, moet er voor dergelijke documenten veel geld neergeteld worden ?

20. Ik eindigde het artikel als volgt :

Ik denk dat we ons onderzoek naar de Belgische voorafstempelingen op Germania-zegels hiermee kunnen afsluiten; zeker na het bekijken van onderstaande brief die ik in 1992 op een veiling vond :

  image026

Hij is op 13 december 1914 verzonden van Gent naar Berlijn en is voorzien van 4 gewone frankeerzegels, 1 préo-zegel met typostempel GENT/1914/GAND en een Germania-zegel. Alle zegels zijn ontwaard met een Duits legerstempel.  Verder is er nog een Belgisch datumstempel van Gent geslagen. Tenslotte is er een dienststempel dat aantoont dat de verzender in feite van vrijport geniet.

Bij het omdraaien van het poststuk blijkt dat de militair een dienstomslag heeft gebruik, bestemd voor het vervoer per spoor van postpakketten. Een groter bewijs dat er inderdaad “Kriegsandenken” vervaardigd werden bestaat niet.

image027
     

NASCHRIFT :

Tussen 1992 en 2006 zijn nog verschillende “Kriegsandenken” met Belgische préo’s teruggevonden. Enkele voorbeelden :

  image029

(Verzameling F. De Groot)

Kaartbrief met een typo-préo en 2 zegels van de Rood Kruisuitgifte. Deze zegels waren pas op 3 oktober 1914 in omloop gebracht.  Het drukken ervan werd gestopt bij de val van Antwerpen.

 image031

 (Verzameling G. Vanden Bulcke)

Briefkaart, verzonden van Brussel naar Duitsland. 

De afstempeling van het Duits brugstempel van Brussel komt gedeeltelijk voor op de préo-zegels met typostempel LEUVEN/14/LOUVAIN. 

De zegels werden vermoedelijk “meegenomen” uit Leuven om in Brussel gebruikt te worden.

image033 

(Verzameling G. Vanden Bulcke)

Briefkaart, verzonden van Gent naar Duitsland. 

De préo-zegel met typostempel BRUSSEL/14/BRUXELLES werd eveneens in Gent afgestempeld. 

De zegel werd vermoedelijk “meegenomen” uit Brussel om in Gent gebruikt te worden.

image035 

(Verzameling G. Vanden Bulcke)

 En tenslotte is er nog een achtste Germania-zegel met een Belgische voorafstempeling opgedoken.  Het is een rode 10 pf-zegel met opdruk “Belgien 10 centimes” en met stempel TOURNAI/1914/DOORNIJK in stand C.

 

OPROEP :

Wie bezit nog filatelistische “Kriegsandenken” met Belgische voorafstempelingen tijdens de eerste Wereldoorlog ? Geef ons een seintje en we nemen uw stuk of zegel op in dit artikel.   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

www.bursaescorpartner.biz escort bursa