header-rotator       Studiegroep Voorafstempelingen

De zegels van 65 en 90 centiemen
met waardeverandering naar 20 centiemen
en voorafstempeling I-I-54 / 31-XII-54

Mon Römer

  Betekenis van de gebruikte afkortingen :
  OBP : Officiële Belgische Postzegelcatalogus
  OCVB : Officiële Catalogus van de Voorafgestempelde zegels van België
  Tenzij anders vermeld, komen de getoonde stukken uit mijn collectie.

Het voorafstempelen van Belgische frankeerzegels kon slechts gebeuren nadat hierover een ministerieel besluit was genomen dat nadien door middel van een dienstnota aan de postbeambten werd meegedeeld.  Veel van deze besluiten of dienstnota’s zijn teruggevonden; echter nog niet alle.

Het ministerieel besluit of de dienstnota die toestemming verleende tot het overdrukken van de zegels van 65c. (OBP nr. 856) en 90c. (OBP nr. 858) met een waardeverandering naar 20c., samen met een voorafstempeling I-I-54/31-XII-54, werd tot op heden nog niet teruggevonden.  

Bovenstaande tekst publiceerde ik in het voorjaar 1997 in de Officiële Catalogus van de Voorafgestempelde zegels van België 1894-1996. De datum van het ministerieel besluit, 30 november 1953, en een dienstnota die naar dit besluit verwijst zijn inmiddels teruggevonden in het Postmuseum. Het ministerieel besluit zelf is nog steeds spoorloos. Belangrijker is echter dat, met de onschatbare hulp van de Antwerpse filatelist Willy Van Riet, interne briefwisseling over het ontstaan van deze voorafstempelingen werd teruggevonden die een licht werpt op de enorme administratieve weg die een nochtans eenvoudige beslissing moest afleggen vooraleer ze van kracht werd.

Even nog een toelichting vooraf :
Op 15 december 1952 werd het tarief voor prentkaarten aangepast.  Het port voor prentkaarten met beleefdheidsformule en maximum 5 woorden werd verhoogd van 0.65 fr naar 0.80 fr. Het port voor een prentkaart “met alle geschreven vermeldingen” verhoogde van 0.90 fr naar 1.20 fr. Door deze tariefwijzigingen waren de frankeerzegels van 0.65 fr en 0.90 fr alleen nog maar in combinatie met andere zegels te gebruiken.

 image002

prentkaart, verzonden in 1952, met “alle geschreven vermeldingen”.

Op 6 februari 1953 schreef een hoofd van de Zegeldienst der Posterijen Mechelen naar de 2° Directie dat er in de magazijnen van de Zegeldienst nog grote hoeveelheden zegels van 65 en 90 centiemen lagen; sommige getand, andere ongetand (doorboord-ondoorboord). In plaats van ze te vernietigen stelde hij voor er een lagere frankeerwaarde op te drukken. Hij wees er op dat het overdrukken van de getande exemplaren mogelijk beschadiging zou opleveren. In de rand van het briefje werd verwezen naar 9 modellen die spijtig genoeg niet meer aan het briefje bevestigd zijn. Alhoewel niet expliciet in de nota vermeld, heeft hij vermoedelijk al een voorafstempeling van de zegels voorgesteld:

 image004

De voorafstempeling van die periode, met name I-I-54/31-XII-54 met in het midden een posthoorn, besloeg het volledig zegelbeeld zodat voor een voorafstempeling met waardeverandering, een nieuw stempel moest ontworpen worden.

image006 

Voorafstempeling I-I-54/31-XII-54 die het volledig zegelbeeld bedekt.

Op 27 februari 1953 vraagt de 2° Directie het advies van de 3° Directie. In dit schrijven wordt voorgesteld de zegels, samen met een waardeverandering naar 20 centiemen, vooruit af te stempelen. 
De 9 modellen overdrukken worden meegezonden :

 image008

Op 5 maart 1953 schrijft de 3° Directie terug naar de 2° Directie dat ze akkoord zijn met de overdruk met waardeverandering (en onrechtstreeks ook met de voorafstempeling). De 9 modellen worden meegestuurd en de rood gemerkte overdrukken hebben de voorkeur. Spijtig genoeg zijn deze modellen ook niet meer aan deze brief gehecht :

image010 

De 2° Directie beslist nog niet. Met een handgeschreven briefje van 18 maart 1953 wordt aan de Zegeldienst van Mechelen de kostprijs gevraagd van het overdrukken van de overtollige voorraden en ook van het eventueel aanmaken van nieuwe zegels. Uit dit briefje blijkt dat tussen 5 maart en 18 maart nog een andere Directie geraadpleegd werd, met name DTP C - 1° bureel :

image012 

Het antwoord van de Zegeldienst is in de correspondentie niet terug te vinden. Blijkbaar is het probleem zeer moeilijk op te lossen want 7 maanden later, op 26 oktober 1953, vraagt de Zegeldienst naar een definitieve beslissing : 

 image014

 

Meer dan 9 maanden nadat het probleem door de Zegeldienst gesignaleerd werd verschijnt uiteindelijk op 30 november 1953 het ministerieel besluit dat de toestemming tot overdrukken en voorafstempelen verleent. Deze datum komt voor in de dienstnota n° 52 van 29 december 1953 :

  image016

Uit deze nota blijkt dat omwille van plaatsgebrek, de gebruikelijke posthoorn werd weggelaten.

 image018

Brief gefrankeerd met 6 maal 20c op 90c en 4 maal 20c op 65c.
Zes zegels werden ontwaard door middel van een mechanisch stempel met   vlam.
Brieven mochten niet gefrankeerd worden met voorafgestempelde zegels.
De brief moest getaxeerd worden als zijnde niet gefrankeerd.
Brieftarief : van 15.12.1952 tot 01.10.1957 : 2 fr.
Strafport : Ontbrekend port + behandelingstaks van 2 fr = 4 fr.
Niets wijst er op dat het strafport werd aangerekend.

Een laatste document dat deel uitmaakt van de teruggevonden correspondentie is een Dienstpostkaart van de Dienst der Verzamelaars :

image020 

voorzijde Dienstpostkaart

 image022

 achterzijde Dienstpostkaart

 

Een tiental jaren geleden werd de Post een autonoom overheidsbedrijf. In oktober 1997 werd beslist dat tijdens de volgende tien jaar 4.000 werknemers moesten afvloeien en dat het rendement van de blijvers met 10% moest opgevoerd worden. Deze beslissing is in België slecht onthaald en zeker door de postboden die toen al terecht klaagden dat hun bestelronden te lang waren.

Voor wat de administratie betreft kan ik de beslissing echter goed begrijpen indien men ziet hoeveel mensen en directies zich in het verleden moesten bezighouden met het oplossen van een nochtans vrij eenvoudig probleem.

 Zoals toen gebruikelijk was hebben de uitgevers van de Officiële Belgische Postzegels de voorafgestempelde zegels gerangschikt bij de gewone postzegels onder de nummers OBP 941 en OBP 942. Dit was foutief. Ondanks de waardeverandering kwamen de zegels uitsluitend in aanmerking voor het frankeren van drukwerk in grote hoeveelheden. Ze moesten eigenlijk in een afzonderlijke rubriek ondergebracht worden zoals bijvoorbeeld Spoorwegzegels en de Strafportzegels.

 In de Officiële Catalogus van de Voorafgestempelde zegels van België 1894-1996 staan ze vermeld onder nummers V [941] en V [942].

 Tot slot nog enkele voorbeelden van préo-poststukken gefrankeerd met voornoemde voorafgestempelde zegels met waardeverandering :

  image024

 

 image026

 

image028

 

 image030

  

                                                                                                                                   Juli 2006

 

 

www.bursaescorpartner.biz escort bursa